Zelfs de warmste herfst in 300 jaar doet de ecologische realiteit maar niet tot de politieke denkhoofden doordringen. Zesduizend man sterk in de schaduw van een afsmeltende Kilimanjaro, in Nairobi, komen niet verder dan de discussie over de klimaatproblemen twee jaar vooruit te schuiven. In Nederland lijkt duurzaamheid intussen aan verkiezingskoorts overleden.
Kortom, van de politiek moeten we het definitief niet hebben. Zelfs van nature ‘groene’ partijen zingen uit volle borst mee in het moneten-oratorium van het balkende regeringskoor.
Nicholas Stern berekende kortgeleden dat de kosten van schade door klimaatverandering tot astronomische hoogten gaan oplopen – zo hoog dat geen enkele economische groei deze kan opvangen. Zo hoog ook dat een wereldwijde diepe economische crisis het gevolg is. Tenzij we nu direct beginnen met 1% van het nationale inkomen duurzaam te investeren. Eén luizig procentje van elke Euro. Dat is één rondje patat per gezin per maand.
Het gaat er al lang niet meer om of Marijnissen, Bos of Balkenende meer of minder gelijk hebben. Het belang is wereldwijd, allesomvattend en van iedereen. Want als Nederland onderstroomt, platwaait, uitdroogt, volloopt met klimaatvluchtelingen, stil komt te staan in de Nationale File of failliet dreigt te gaan aan energiekosten, dan is zeker economisch, maar misschien zelfs lijfelijk overleven nog maar aan de orde. Pensioen, uitkering, loonsverhoging (wie had het nog over groei), zelfs gezondheidszorg en onderwijs komen onder aan de lijst te staan.
Steeds meer mensen raken hiervan doordrongen. Mensen zoals u en ik, van wie op 22 november wordt verwacht dat we gaan stemmen op politici, van wie de gedoodverfde winnaars al voor de verkiezingen aangeven geen boodschap te hebben aan uw mening (laat staan aan die van mij).
Dat maakt de tijd rijp voor een andere weg. Een weg die er voor zorgt dat Rome nog bestaat tegen de tijd dat we er arriveren. Een weg die recht doet aan het belang van een duurzame ontwikkeling van de maatschappij en die mensen en hun meningen serieus neemt. Ik zie een beweging voor me van mensen en organisaties, verenigd in de overtuiging dat eerst een veilige toekomst moet zijn gewaarborgd, voor dat we kunnen praten over het delen in de verworvenheden er van.
Nederland kent een aantal krachtige organisaties met een sterke achterban, op diverse terreinen van duurzame ontwikkeling. Wanneer zij zouden aanschuiven in een ‘Verbond voor een Duurzame Toekomst’ zou dat een kracht kunnen scheppen die tot echte vernieuwing leidt en die en passant de democratie teruggeeft aan de mensen.
De democratie is dood. Leve de democratie!
Peter van Vliet
De auteur is voorzitter van stichting iNSnet