In 2025 weten we van gekkigheid niet wat we met al onze energie moeten doen. Individuele huishoudens kunnen dan energie leveren aan een centraal energienetwerk. Energielevering gaat van top-down naar bottom-up. Hoe gaan we straks met deze radicale decentralisatie om?Na een jarenlange strijd voor schone energie is het dan eindelijk zover. China is begonnen met het aanleggen van velden vol zonnepanelen in de Gobiwoestijn en doet dat op de bekende voortvarende en grootschalige wijze vanuit het centrale gezag. In Almere doen we het op zijn Nederlands. Er komt een nieuwe woonwijk die volledig in de eigen energiebehoefte voorziet. Sterker nog, de wijk zou wel eens een energiesurplus aan de industrie op de ingepolderde Markerwaard kunnen leveren.
In 2025 heeft niemand het meer over gasbel of kerncentrale en weten we van gekkigheid niet wat we met al onze energie moeten doen. De gloeilamp is terug van weggeweest en de spaarlamp verboden vanwege het schadelijke en schaarse kwik. Eenzelfde lot is de benzinemotor beschoren. Deze vervuilende technologie ligt in 2025 eindelijk op de mestvaalt van de geschiedenis. De schone auto is een feit. Er moet natuurlijk nog wel wat aanvullende infrastructuur worden aangelegd, maar binnen een jaar of tien rijdt een groot deel van onze auto’s op duurzaam geproduceerde energie. De auto is dood, leve de auto!
Daar sta je dan als milieubeweging, overheid en bedrijfsleven. Dankzij – of ondanks – al die initiatieven is de energieproblematiek opgelost en kunnen we ons eindeloos verplaatsen zonder dat dit schade toebrengt aan het milieu, en de lampen thuis kunnen ook gewoon weer de hele dag aan blijven.
Van energieschaarste gaan we naar energieoverschot. En dat is nog niet alles. Bewoners van huizen die straks dus zo veel energie opwekken dat ze energie kunnen gaan leveren aan het centrale energienetwerk, gaan serieus geld verdienen met hun huis.
Connecties
De uitdaging die dan ook voor ons ligt, is hoe bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en consumenten omgaan met deze radicale decentralisatie. Hoe zullen de bewoners die straks geld gaan verdienen met hun wijk door energie op te wekken, zich gaan organiseren en waar zullen ze hun verdiende geld aan besteden?
Een groter contrast met de vorige eeuw is bijna niet mogelijk. Was de twintigste eeuw nog top-down, de eenentwintigste is behalve bottom-up ook horizontaal: voor de belangenorganisatie komt het netwerk in de plaats, voor de macht van de groep de kracht van je connecties.
Het aantal daarvan is interessant, maar belangrijker nog zijn kwaliteit (hoe goed weet je je tot een ander te verhouden?) en diversiteit (hoe vergroot je met jouw netwerk dat van je connecties?). De meeste connecties zijn lokaal, net als nu, maar de rest van de wereld is nooit meer dan drie connecties van je verwijderd. Hyperlokaal en mondiaal gaan hand in hand.
Grote kans dat er voor de milieubeweging straks meer geld bij dit soort netwerken valt te halen dan bij de overheid. De vraag is echter of het daar nog wel om gaat. Van energieschaarste gaan we naar voedsel- en ruimteschaarste en op deze nieuwe thema’s zal de milieubeweging zich organiseren. Dit kan ze doen door de genoemde wijk in Almere te adviseren hoe men zelf zijn voedsel lokaal kan produceren.
Smaakpapillen
Maar al deze ontwikkelingen laten ook het bedrijfsleven niet onberoerd. Stel nu dat de bewoners van een wijk waarin zo’n één miljoen euro per jaar wordt verdiend, ervoor kiezen om een aantal voedselproductiebedrijven uit de buurt een plek te geven binnen de wijk, alwaar lokale en verse producten kunnen worden verkocht. Jammer voor de Albert Heijn, maar leuk voor de smaakpapillen. De macht verschuift nog verder naar de burger en consument.
De consumentburger van de toekomst met een goed idee, het netwerk en de middelen is meer dan ooit in staat snel een grote invloed op zijn of haar directe omgeving en de samenleving te hebben. Hiervoor is het noodzakelijk om commerciële en maatschappelijke belangen te combineren in een nieuwe manier van ‘publiek zakendoen’. Links en rechts zullen er dan ook corporaties worden opgericht, waarbij nieuwe inzichten en technieken worden gebruikt om de problemen van nu op radicale wijze om te zetten in de kansen van morgen. Zo’n bottom-up benadering haalt het beste uit consumentenburgers naar voren en is een van de meest empowerende krachten van de toekomst.
Een ontwikkeling waar vooral een jongere generatie prima raad mee zal weten. Het is immers veel interessanter om zelf iets te veranderen aan een product of dienst dan om je over te leveren aan een anonieme organisatie waar je geen invloed op hebt. De duizend beslissingen die we elke dag nemen, geven de samenleving vorm.
Als we deze beslissingen ten goede aanwenden, dan zijn we pas echt revolutionair bezig. Do it yourself, oftewel zélf kleine en grote problematiek aanpakken is de manier waarop de toekomstige volwassen generaties hun burgerschapsconsumentisme gaan invullen. Waar een overschot aan energie al niet toe kan leiden.
Farid Tabarki is de oprichter van Studio Zeitgeist
Dit artikel verscheen eerder in Second Sight