| home |

Internationaal | klimaat | 2010-01-10 |
Bron: iNSnet

Klimaat en conflict: dubbele pech voor de allerarmsten

Terwijl wereldleiders er in Kopenhagen ternauwernood in zijn geslaagd een mager klimaatakkoord te bereiken, zijn wereldwijd de effecten van klimaatverandering steeds sterker voelbaar. In conflictlanden als Afghanistan en Soedan is de situatie voor de bevolking nog schrijnender. Inwoners van fragiele staten behoren tot de allerarmsten van de wereld. Zij zijn extra kwetsbaar bij gebrek aan een functionerende overheid.

In Trouw (6 januari 2010) bepleiten Mark van Dorp en Eric van de Giessen daarom een speciale aanpak voor fragiele staten, om ook inwoners van die landen te kunnen beschermen tegen klimaatverandering. Zodat ze niet dubbel worden getroffen. Lees hier het volledige artikel.

Een dubbele catastrofe
In het Himalaya-gebergte smelten de gletsjers en in veel delen van Afrika neemt de droogte toe. Er is vaak onvoldoende kennis en capaciteit aanwezig om deze grote veranderingen de baas te kunnen. Voor landen die in burgeroorlog zijn of langzaam opkrabbelen uit een conflict, dreigt een dubbele ramp. Deze zogenaamde fragiele staten zullen zich niet op tijd kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Goed bestuur ontbreekt er, evenals democratische controlemechanismen om te zorgen voor een goede besteding van het geld voor klimaatadaptatie. In die landen dreigen verwoestijning en waterschaarste tot nieuwe, bijkomende klimaatconflicten te leiden.

Zo zien we in Afghanistan dat de watervoorziening ernstig wordt bedreigd door het smelten van de gletsjers in het hooggebergte van de Pamir en de Hindu Kush. In de afgelopen jaren leidde dit tot ernstige droogte en drinkwatertekorten. Dit zal zijn weerslag hebben op de landbouw en op de gezondheid van de toch al zwaar beproefde Afghaanse bevolking. Terwijl de Taliban nieuwe strijders recruteert, wordt er van overheidswege nauwelijks actie ondernomen om de dreigende watertekorten aan te pakken. En zonder water is er over enkele jaren wellicht geen landbouw meer mogelijk, zodat er voor veel Afghaanse boeren niets anders op zit dan zich aan te sluiten bij de Taliban.

Ook in Darfur, waar de burgeroorlog nog steeds doorgaat, levert klimaatverandering een zeer belangrijke bijdrage aan het ontstaan en voortduren van het conflict. Watertekorten en een gebrek aan vruchtbaar land en weidegronden hebben volgens de Verenigde Naties het conflict verergerd, met miljoenen ontheemden tot gevolg.

Het is deze spiraal van toenemend geweld, droogte, water- en voedseltekorten die de stabiliteit en veiligheid in de wereld zeer ernstig ondermijnt. In 2008 werden 20 miljoen mensen ontheemd door klimaatgerelateerde natuurrampen.  Westerse en lokale hulporganisaties en de Verenigde Naties proberen met beperkte middelen de bevolking weerbaarder te maken tegen de effecten van klimaatverandering.

Kopenhagen en verder...
In Kopenhagen zijn 30 miljard  dollar – oplopend tot 100 miljard in 2020 - beschikbaar gesteld voor aanpassing en bestrijding van klimaatverandering. Dit kunnen ontwikkelingslanden bijvoorbeeld gebruiken om dammen te bouwen, of om boeren te trainen in het verbouwen van andere, droogte-resistente gewassen.

In conflictlanden zullen deze fondsen waarschijnlijk niet op de juiste manier worden besteed. Democratische principes zoals we die in veel landen ter wereld kennen, werken niet in fragiele staten omdat de overheid vaak niet in staat of bereid is kwetsbare groepen te beschermen. Er zullen daarom andere, innovatieve manieren moeten worden gevonden om klimaatverandering in fragiele staten het hoofd te bieden.

Een positieve uitkomst van de Klimaattop is de toezegging dat er een speciaal fonds komt om bossen te beschermen en destructieve houtkap tegen te gaan. Ontbossing zorgt immers wereldwijd voor 20% van de CO2-uitstoot. Dit compensatiefonds biedt veel kansen voor ontwikkelingslanden. Echter, juist in fragiele staten is slecht beheer van bossen en andere natuurlijke rijkdommen eerder regel dan uitzondering. Dit zal in de nabije toekomst bovendien tot toenemende spanning en instabiliteit leiden.

Deze constateringen vormden aanleiding voor vertegenwoordigers van de krijgsmacht, het Ministerie van Defensie, vluchtelingenorganisaties, natuurorganisaties en wetenschappelijke instellingen om met gezamenlijke oplossingen te komen. De Werkgroep Ecologie en Ontwikkeling organiseerde daarom in oktober 2009 het seminar “Nature for Peace”.

Een uitkomst van het seminar is de aanbeveling om Nederlandse militairen en civiele deskundigen tijdens vredesmissies in te zetten om bos- en waterbeheer, visserij en landbouw te helpen verbeteren. Zo ook in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar 85 procent van de bevolking afhankelijk is van landbouw. Volgens Piet Wit van het bataljon Civiel-Militaire Samenwerking (CIMIC) is duurzaam ecosysteembeheer cruciaal. Majoor Wit: “Zonder ecologische veiligheid komt er in Uruzgan geen veiligheid; en zonder duurzaamheid geen stabiliteit.”

Naast de inzet van deskundigen tijdens vredesmissies, moet vooral op lokaal niveau meer hulp worden geboden. Er is zeer veel geld toegezegd aan ontwikkelingslanden om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Om dit geld in conflictlanden goed terecht te laten komen, dient een groot deel hiervan te worden besteed via noodhulporganisaties, via grassroots organisaties, en via kerken en religieuze groepen. Want dit zijn vaak de enige kanalen die nog werken in fragiele staten.  

De vele miljarden die in Kopenhagen beloofd zijn, moeten efficiënt, flexibel en transparant besteed worden, waarbij lokale kennis en organisaties optimaal worden benut. Alleen op die manier kan de bevolking zich effectief weerbaar maken tegen naderende klimaatrampen. Om zo te voorkomen dat de allerarmsten dubbel slachtoffer worden van conflict en klimaatverandering.

 

Mark van Dorp is free-lance milieu-econoom en oprichter van adviesbureau DUVILLA. Eric van de Giessen is sociaal geograaf en werkzaam bij het Institute for Environmental Security. Dit artikel is geschreven onder auspiciën van de Werkgroep Ecologie & Ontwikkeling, een onafhankelijke deskundigengroep.

Foto: Piet Wit, CIMIC operatie (Civiel-Militaire Samenwerking), Uruzgan 2007



Bron: iNSnet